Kilometer 14 van een strandrace. Het harde zand langs de waterlijn is op, het parcours buigt af naar het mulle zand boven de vloedlijn en de wind staat pal op je neus. Je band staat op 0,7 bar en je rijdt niet meer óp het zand, maar erin. Alles draait nu om één vraag: hoe diep zakt het wiel weg, en hoeveel kost het je om op elke meter weer uit dat spoor te klimmen? Dat is in één zin het hele vraagstuk van de 32 inch strandrace (beachrace).
Waarom zand een ander probleem is dan gravel
Op een harde ondergrond rolt een band over de grond. Op los zand geeft de grond onder de band mee, en de energie die je kwijt bent aan het opzijduwen en samendrukken van zand krijg je niet terug. Rolweerstand op zand gaat daarom vooral over wegzakken: hoe ondieper het spoor, hoe minder je betaalt. Strandracers kennen de middelen uit hun hoofd: een brede band, een heel lage bandenspanning en snelheid op het natte zand. Bicycling Nederland noemt 0,5 tot 0,7 bar voor een rijder van 75 kg op een velg van minstens 30 mm binnenbreedte, en het wielertijdschrift Fietssport adviseert banden van rond de 2,3 inch op 0,8 tot 1,2 bar tubeless, zodat de band blijft drijven in plaats van zich in te graven.
Drie dingen die een wiel laten drijven
Drijfvermogen komt van het oppervlak waarover je gewicht verdeeld wordt, en een snelle rekensom laat zien hoeveel dat uitmaakt: het contactoppervlak is ongeveer de belasting op de band gedeeld door de bandenspanning (dit negeert de stijfheid van het karkas, dus zie het als een bovengrens). Met 90 kg aan rijder en fiets rust er zo’n 54 kg op het achterwiel. Bij 5 bar draagt een racefietsband dat op ongeveer 11 cm². Bij 1 bar verdeelt een strandraceband van 2,4 inch het over ongeveer 53 cm², bijna vijf keer zoveel, en bij 0,7 bar is het zo’n 75 cm². Dat is het hele principe van strandracen in één getal.
Drie dingen bepalen hoe ver je daarin kunt gaan. Bandbreedte: een bredere band haalt hetzelfde oppervlak met een kortere, minder diepe afdruk, en de velg moet breed genoeg zijn om hem te dragen. Een brede velg ondersteunt de wangen van een brede band, zodat de band zijn vorm houdt in plaats van te knikken of te zwabberen bij een heel lage spanning. Brede aero velgen bouwen we al vanaf het begin, en wat we zien is steeds hetzelfde: op een velg van 37 mm binnenbreedte houdt een brede band zijn profiel bij een lagere spanning dan op een traditionele velg, en dat is precies wat mul zand vraagt. Met 37 mm binnenbreedte ondersteunt de SandStone 32 banden vanaf 50 mm, ook banden van 2,4 inch (61 mm), zonder dat de wangen knikken bij strandrace-spanningen. Bandenspanning: die wordt begrensd door hoeveel de band kan inveren voordat hij gaat zwabberen of op de velg doorslaat, en een groter luchtvolume geeft je meer marge. Diameter: hier voegt het 32 inch wiel iets toe aan de andere twee, en dat werkt anders dan de meeste mensen verwachten.
Wat 64 millimeter extra diameter echt verandert
Een 32 inch velg heeft een velgdiameter (BSD) van 686 mm, tegenover 622 mm voor 700c en 29 inch. Met een even hoge band geeft dat een buitendiameter van ongeveer 814 mm voor een 32×2,4 (het getal dat Maxxis opgeeft voor zijn Aspen) tegenover zo’n 750 mm voor een 29×2,4, onze eigen schatting. Het wiel is ongeveer 8,5% groter.
Eerst wat níét verandert: bij dezelfde spanning en dezelfde belasting is het contactoppervlak gelijk, want spanning is kracht gedeeld door oppervlak en dat hangt niet af van de diameter. Wat verandert, is de vorm. Een groter wiel heeft een vlakkere ronding waar het de grond raakt, dus de afdruk wordt langer en smaller. Bij dezelfde 12 mm indrukking van de band komt onze schatting uit op een afdruk van ongeveer 196 mm bij een 32 inch band tegenover 188 mm bij een 29 inch, zo’n 4% langer. Omdat het grotere wiel minder indrukt om dezelfde belasting te dragen, kan het bovendien met een tikje minder spanning rijden bij dezelfde indrukking, en dat levert er nog een paar procent oppervlak bij op.
Een langere, smallere afdruk telt op zand, omdat het wiel langer op elk stukje zand staat en het onder een vlakkere hoek raakt. Bij 15 mm wegzakken raakt de voorkant van het wiel het zand onder ongeveer 15,6 graden in plaats van 16,3, en het klimt minder steil uit zijn eigen spoor. Recente praktijktests wijzen op vastere ondergrond dezelfde kant op. In 2025 testte John Karrasch een 32×2,4 tegen een 29×2,4 met dezelfde Maxxis Aspen, met de spanning aangepast aan het grotere wiel, en CyclingAbout meldt ongeveer 9 W minder rolweerstand op gravel bij 30 tot 32 km/u en 5,5 W op glad asfalt.
Daar horen de grenzen bij. Dit zijn praktijktests op asfalt en gravel, niet op zand, en 32 inch banden staan nog aan het begin. We kennen geen gepubliceerde test van 32 tegen 29 inch op zand, dus we hangen geen percentage aan een 32 inch band op 1 bar. Wat we wel kunnen zeggen, is welke kant de geometrie en de metingen op wijzen, en dat het effect samenwerkt met breedte en spanning.
Juist omdat zand zoveel meer kost dan asfalt, loont het om elke besparing te zoeken die je zelf in de hand hebt. Drie ervan tellen op: een velg die breed genoeg is om een brede band zijn vorm te laten houden, de lagere spanning die zo’n velg toelaat vergeleken met een traditionele velg, en een grotere diameter die bij dezelfde spanning iets minder wegzakt. Geen van de drie is op zichzelf spectaculair. Samen zijn ze de meest directe manier waarop een wiel de rolweerstand op zachte ondergrond kan verlagen, en op een ondergrond waar de rolweerstand vele malen hoger ligt dan op asfalt, zijn een paar procent de moeite waard.
Waarom juist de 32 inch strandrace
Op een technische singletrack kost een groter wiel je ook wendbaarheid, en het past niet in elk frame. Een strand heeft geen wortels, geen haarspeldbochten en geen krappe bochten. Wat het wel heeft, zijn lange, snelle, open rechte stukken waar een 52 mm hoge velg luchtweerstand scheelt, en een ondergrond waar wegzakken de race beslist. We kennen geen andere discipline waar het voordeel van de maat en het aerovoordeel op hetzelfde parcours samenkomen. Het is ook waar we begonnen: onze eerste strandrace-velg bouwden we in 2017, en het SandStone-platform is uit dat werk gegroeid.
Onze ontwikkelpartner Storm Bikes heeft veel ervaring met strandracefietsen, en samen met hen hebben we 32 inch wielen op het zand getest. We ontwikkelden samen de 52 mm hoge asymmetrische carbon wielset voor hun Huna 32 inch gravel- en strandracefiets, een carbon frame dat vanaf het begin rond het 32 inch wiel is ontworpen. Het duurde niet lang voordat we merkten dat je het verschil op het zand goed voelt. Dat is de indruk van een rijder op voorserie-testbanden, geen meting, maar het is wel de reden dat we de SandStone 32 hebben gebouwd.
Wat een 32 inch strandrace van je vraagt
Een 32 inch wiel is zwaarder dan een 700c wiel, zoals elk 32 inch wiel, en het vraagt om een frame en vork die voor die maat gebouwd zijn. Het bandenaanbod in deze maat groeit. Schwalbe heeft de Rick Pro in 2,4 inch (ongeveer 62 mm), een brede band met veel volume voor zachte ondergrond, en de G-One RS Pro en RX Pro in 50 en 55 mm komen eraan. Maxxis biedt de Aspen ST, een semi-slick met een laag profiel, in 32×2,15 en 32×2,4, en de bandenlijst van Bikepacking.com laat meer modellen zien. De SandStone 32 heeft dezelfde DT Swiss 350 naven en messing nippels als onze andere strandrace-wielen, want zout en zand zijn hetzelfde bij elke wielmaat. Kijk in de gids voor bandenspanning en bandbreedte voor de maximumwaarden van de velg; test verder in stappen van 0,1 bar, zoals de racers doen.
Is je frame nog niet klaar voor 32 inch, dan geeft de SandStone Boost je dezelfde velg in 700c. Is het dat wel, lees dan in ons artikel over 32 inch gravelwielen waarom de maat ook op gravel werkt.
Bekijk de SandStone 32 in onze webshop.
